Als het integreren goede gewoontes weerstand oproept

Als het integreren goede gewoontes weerstand oproept

Ik merk dat ik best veel tips geef over wat je allemaal zou kunnen inbouwen aan gewoontes om je bijvoorbeeld meestal goed te voelen, meer gedaan te krijgen of meer rust in je hoofd te ervaren (dit doe ik onder andere in mijn besloten Facebook-groep waar ik gratis trainingen en support geef). Ik kan mij voorstellen dat je denkt van: ‘Ja, ik geloof allemaal wel dat het werkt maar het is niet reëel om dat allemaal consequent te doen.’ En misschien wil je dat zelfs niet eens. Krijg je er een beeld bij alsof je een robot zou moeten worden die vast zit in een structuur waarin allerlei lijstjes afgewerkt moeten worden. Dat het je naar een situatie brengt waarin je de vrijheid mist die jij juist zo verlangt. 

Vandaag wil ik even terug gaan naar de basis en mijn inzichten delen over de voor- en nadelen van het inbouwen van routines met goede gewoonten en hoe de balans twee kanten uit kan slaan (het werkt wel of het werkt niet) en hoe je die balans kunt beïnvloeden.

Ik ga ervan uit dat je altijd wel twee dingen verlangt in je leven:

1. Je wil je van moment tot moment goed voelen
2. Je bent er altijd wel op uit een langer termijn doel te realiseren

Wanneer je het idee hebt dat deze twee elkaar tegenwerken dan ontstaat er ‘gedoe’. Het voelt vaak alsof je doelen realiseren ten koste gaat van je goed voelen. Want er zijn vaak acties nodig waar je geen zin in hebt. Herkenbaar?

Mijn indruk is dat je in een maand zo’n 6 dagen hebt dat je werkelijk zin hebt om te knallen. Er is geen conflict tussen je goed voelen en je doelen realiseren. Op die dagen ervaar je flow. Je zit goed in je vel. Dit zijn je piekdagen.

Mijn indruk is dat je in een maand zo’n 21 dagen welwillend bent om aan je doelen te werken maar waarop je je niet zo geweldig in je vel voelt en waarop je heel makkelijk af te leiden bent of te verleiden bent om niet aan je doelen te werken. Dit zijn je gemiddelde dagen.

Mijn indruk is dat je in een maand zo’n 2-3 dagen hebt waarop er helemaal geen land met je te bezeilen is. Dit zijn je ‘loslaatdagen’(Ik wilde schrijven ‘dipdagen’ maar loslaatdagen is neutraler en ook passend)

Het hele doel van het implementeren van routines met goede gewoonten is om op die 21 gemiddelde dagen je van moment tot moment zo goed mogelijk te voelen en wat gedaan te krijgen in lijn met je doelen. Die 6 goede dagen lukt het sowieso wel. Die andere 2-3 dagen kan je maar beter meegaan in het achterliggende verlangen achter megaweerstand: loslaten.

De routines zorgen ervoor dat je je dus op de meeste dagen goed voelt en vooruit blijft komen. Ook daar voel je je goed bij. Maar wat misschien nog wel belangrijker is: op die gemiddelde dagen ben je eigenlijk zo makkelijk te beïnvloeden en af te leiden waardoor het heel vaak onnodig ‘dipdagen’ worden. Dagen waarop je aan het begin de welwillendheid voelt om te doen wat moet gebeuren, waarop je je dus af laat leiden en waarna je je vervolgens heel negatief en ontevreden voelt.

Zo erg, dat er een spiraal met momentum ontstaat in een richting die je eigenlijk helemaal niet wil op je gemiddelde dagen. Als je een paar dagen loopt uit te stellen terwijl je eigenlijk welwillend was om iets te doen, dan geeft dat opeens een enorme kans op:

– Negatieve zelfpraat
– Negatieve gevoelens als teleurstelling, het niet meer aan kunnen, overweldigd zijn, de boel niet meer overzien, gefaald hebben
– Nog vatbaarder zijn voor afleidingen en verleidingen (en zo ontstaat dus echt die spiraal)

Omdat er altijd piekdagen als vanzelf verschijnen, ontstaat er soms de illusie dat we altijd in staat zouden moeten zijn om piekdagen te hebben. We doen dan ook vaak de aanname dat al die goede gewoonten integreren nodig zijn om (bijna) altijd piekdagen te kunnen hebben. Waardoor we zodra we een negatieve spiraal echt zat zijn, opeens radicaal kunnen besluiten om ons nu echt goed aan alles te houden met de verwachting dat het ons piekdagen oplevert.

Ten eerste merken we dan dat het helemaal niet leidt tot de piekdagen die we verlangen. Dus we denken: ‘Het werkt niet’.

Ten tweede kan het zijn dat we de lat zo hoog leggen, dat we ook bang zijn te gaan falen, waardoor afleiding en verleidingen moeilijk te weerstaan zijn.

Dus zo kan het dat we vol goede voornemens het roer rigoureus omgooien en ons dezelfde dag of twee dagen later alsnog betrappen met Netflix en een zak chips in bed.

Wanneer we hier oordelen aan gaan hangen, ontstaat voor we er erg in hebben een negatieve spiraal, waarin we allerlei overtuigingen en gedachten ontwikkelen als:

– Ik kan ook helemaal niks
– Wat ben ik voor iemand?!
– Waarom lukt het anderen wel?
– Waarom hou ik alles altijd maar zo kort vol?
– Ik deed echt mijn best, maar toch lukt het niet.
– Ik ben een faler, een uitsteller

Nou, daar word je natuurlijk niet vrolijk van. En ook dit is dus een van de scenario’s die je juist wil voorkomen op de dagen dat je eigenlijk gewoon welwillend bent om voor jou het juiste te doen.

Wat ik je al met al mee wil geven over het integreren van goede gewoonten:

  1. Het waarom erachter is enerzijds omdat ze in lijn liggen met je werkelijke dagelijkse verlangens ‘je goed voelen’ en bepaalde (langere termijn) doelen te behalen. Het zijn allemaal tips die echt helpend zijn voor deze doelen.
  2. Het waarom erachter is anderzijds om op je gemiddelde dagen te functioneren terwijl afleiding en verleiding op de loer ligt.
  3. Waardoor je voorkomt dat je niet functioneert, daarover ook nog eens oordeelt en in een negatieve spiraal terecht komt.
  4. Goede gewoontes integreren mag echt worden opgevat als een training, waarbij je vooral voor ogen moet houden dat het al heel wat is als je op de meeste (gemiddelde) dagen dus iets gedaan krijgt en je redelijk tevreden voelt ipv dat je op die dagen opgaat in afleiding, verleiding en negatieve zelfpraat.
  5. Het is dus van belang een wedstrijd voor jezelf te creëren die je kunt winnen. Je gaat op gemiddelde dagen voor gemiddelde resultaten. Je gaat dus niet proberen om van al je gemiddelde dagen piekdagen te maken, want dan stuit je op teleurstelling.
  6. Het spelen van die wedstrijd om te winnen speelt zich dus ook altijd af op het niveau waarop je hem kan winnen.
  7. Je gaat uit van je gemiddelde dag op dit moment, dus niet van je piekdag. Je kijkt, welke routine/gewoonte zou mij op dit moment kunnen helpen zodat ik: 1 uur iets gedaan krijg, nog 1 uur iets gedaan krijg, de dag positiever begin of eindig? In ieder geval ga je uit van waar jij staat en niet van het hoogst haalbare gezien de meest productieve/succesvolle mensen op aarde.
  8. Als jij de meeste dagen een spel speelt dat je kan winnen, heb jij een goede tijd, krijg je iets gedaan en ontstaan er als het goed is veel meer gemiddelde dagen die ook echt gemiddeld zijn in plaats van dat ze uitgroeien naar ‘dipdagen’ omdat je in een soort alles-of-niet modus zit waarbij het een piekdag moet worden (of anders niets).
  9. Tot slot, een paar echte dipdagen, die ik dus eigenlijk liever loslaatdagen noem, zijn altijd geoorloofd en horen er gewoon bij. Wel is het zo dat als je op je gemiddelde dagen bezig bent met kleine haalbare routines te ontwikkelen en gewoonten te integreren dat het dan zelfs op loslaatdagen nog mogelijk is dat je toch mediteert/buiten komt/iets gezonds eet terwijl je de rest zoals je dat dan het meest verlangt onder een dekentje doorbrengt samen met al je afleidingen en verleidingen.

Ik ben heel benieuwd of er in dit verhaal eye-openers voor je zitten. Ik zou het leuk vinden om hieronder terug te lezen wat je hier uithaalt.  

Misschien ook interessant voor je
Je beseft dat je nergens echt op focust en je behaalt daarmee geen wenselijke resultaten.
- Wekker. Meehhh. Dacht het niet. Snooze x 3. Minstens. - Oké, oké, ik word
Deze ga ik delen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *