Maand: april 2020

Een totaal andere kijk op de dood

Een totaal andere kijk op de dood

Ik ben opgegroeid met ‘de dood’ als een verschrikkelijk einde van het leven. Iets minder verschrikkelijk wanneer er logischerwijs iets te zeggen valt als: ‘Nu is persoon X in ieder geval van nare situatie Y af’, maar dan nog is het voor de nabestaanden vreselijk.  

Binnen mijn spirituele zoektocht hoorde ik de meest expliciete andere kijk op de dood binnen de non-dualisme podcast van Patrick Kicken, waarin allerlei mensen geïnterviewd worden die een non-dualistisch perspectief op het leven nahouden.  

Met enige regelmaat kwam het thema dood naar voren. Ik kan mij nog iets herinneren van een geïnterviewde die dan zei dat ze tijdens een uitvaart dan maar een beetje meespeelde met de standaardrituelen en gewoonten om tegemoet te komen aan de verwachtingen, terwijl ze ondertussen bij zichzelf dacht: ‘Er is helemaal niemand dood gegaan.’ Er is eigenlijk geen groter contrast mogelijk tussen dit en de ideeën waarmee ik ben opgegroeid.  

Met een plotseling overlijden van mijn moeder 1,5 jaar geleden mocht ik mij in de praktijk tot de dood gaan verhouden. Zoals iedere spiritueel geïnteresseerde lezer en luisteraar weet: het kunnen plaatsen van concepten binnen een boek, artikel of podcastaflevering van iemand anders, is iets heel anders dan in je eigen leven ondervinden waar die concepten naar verwijzen. 

In deze blog deel ik hoe ik mij in de praktijk tot de dood ben gaan verhouden als iemand met een open mind tegenover een non-dualistische kijk op het leven.

De dood is niet het einde

Nou ben ik altijd al een ‘ietsist’ geweest. Iemand die gelooft dat er nog wel ‘iets’ is na de dood zonder hier een beeld van te hebben. Mijn beeld over wat dit dan zou kunnen zijn, heb ik onder andere laten vormen door het boek: ‘Boek van het Eeuwige Leven; Een Cursus in Sterven’, van Willem Glaudemans. In dit boek worden er vele stadia van na de dood beschreven waarbij er begonnen wordt met de overgang van het fysieke naar het niet-fysieke vlak na het sterven. Dan gaat het boek nog heel veel stappen verder over wat voor stadia het niet-fysieke, in het boek ‘de ziel’ genoemd, dan nog allemaal verder doorloopt tot het eventueel weer incarneert.  

Ik had alleen het eerste deel van het boek gelezen voordat mijn moeder overleed. Het was een van de eerste dingen die ik in mijn tas stopte toen we midden in de nacht naar haar zojuist overleden lichaam zouden gaan. Ik had gelezen over dat een plotselinge overgang van leven naar dood voor sommige zielen best verwarrend kon zijn. Ik weet niet hoe het voor mijn moeder was, maar ik heb in het ziekenhuis wel even een moment genomen om mijn eigen energie onder de omstandigheden op een zo hoog mogelijke frequentie te krijgen en vanuit deze energie de eventuele ‘verwarde ziel’ van mijn moeder op energetisch niveau gerust te stellen en de weg te wijzen.  

Toen gevraagd werd of wij als familie toestemming gaven om mijn moeder als donor te gebruiken, had ik het moeilijk. Voor mijn vader was het een vanzelfsprekende ‘ja’ maar voor mij was het een ‘liever niet’. In de boeken die ik gelezen had, in lijn met dezelfde Willem Glaudemans, kwam toch wel het beeld naar voren dat het ‘energetische deel’ compleet los moet kunnen komen van het stoffelijke om de vervolgstadia van na de dood te kunnen doorlopen. Het lichamelijke heeft zogezegd een energetische equivalent. Als dus nog een lichamelijk deel hier in het fysieke blijft omdat het gedoneerd is, moet het niet-fysieke deel wachten tot de ontvanger van het gedoneerde ook is overleden zodat het niet-fysieke alsnog volledig over kan gaan.

Het moment dat de beslissing genomen moest worden, wist mijn vader nauwelijks van mijn spirituele kijk op het leven. Ik had na mijn eigen ‘ontwaking’ wel een poging gedaan om mijn vernieuwde zienswijze over te brengen, maar reactie bleef uit waarna ik er niet zoveel meer over sprak. Het was lastig om nu op basis van mijn ‘spirituele gronden’ het donorschap van mijn moeder tegen te houden. Ik wist ondertussen ook niet of het wel waar was wat ik gelezen had. Ik voelde het verlangen om het zekere voor het onzekere te nemen en tegelijkertijd wilde ik ook niet degene zijn die dan weer het leven redden van een ander in de weg zou staan.  

Ik ging mee in wat in ‘aards’ opzicht het juiste was om te zeggen en dat was dus toestemming geven voor donatie. Ondertussen vroeg ik in stilte om een uitkomst die mijn moeders overgang niet in de weg zou staan. Toen ik later hoorde dat er alleen wat huid en oogweefsel was gebruikt, had ik toch wel een opgelucht gevoel want ik kon mij voorstellen dat deze delen een volledige overgang naar de volgende fase niet in de weg zouden staan. Ik heb het verder ook niet meer nagezocht want aannemen dat het wel goed zat, voelde het best.  

Energetisch contact na de dood

Zo gauw ik wist dat mijn moeder overleden was, luisterde ik naar YouTube-audio’s van Abraham Hicks met vragen over de dood. Ik luisterde op dat moment al met regelmaat naar Abraham Hicks maar dan meer over de onderwerpen die zouden kunnen leiden tot meer succes en overvloed in mijn leven. Ook via de audio’s van Abraham kwam naar voren dat de dood een transitie is van het fysieke naar het niet-fysieke. Het beeld wat Abraham schetst, is dat de relatie met de overledene zich op een ander niveau kan voortzetten. Mijn uitgangspunt naar mijn moeders overlijden was dan ook: ik heb nu een niet-fysieke moeder en ik sta open voor de communicatie die nog wel mogelijk is.  

Ik wist dat ik voor communicatie in ieder geval met mijn aandacht meer bij de aanwezigheid van mijn ‘niet-fysieke’ moeder moest zitten dan bij de afwezigheid. Dit ging vrij goed. Na aardse triggers van gemis, keerde ik altijd weer terug naar een gevoel van energetische verbondenheid. Een verbondenheid waar ik ook in het verlengde van meditatie of slaap extra op kon intappen om intentioneel ‘te speuren’ naar tekenen van mijn moeder.  

Ik moet zeggen dat dit speuren niet zoveel opleverde. Het waren meer op andere momenten dat er dingen gebeurden waarbij ik mij afvroeg of mijn moeder er iets mee te maken had. Beter gezegd: er waren gebeurtenissen waarop ik in het moment ZEKER wist dat mijn moeder er iets mee te maken had. Toch is het makkelijk om dat gevoel van zekerheid weer kwijt te raken en dan toch achteraf de echtheid ervan met het verstand te betwisten.

Ik merkte dat ik aan het begin behoorlijk actief aan het vragen was om tekens en ook op de uitkijk stond om tekens waar te nemen. Nu ben ik meer relaxed en duikt op wat op duikt en interpreteer ik hoe ik het interpreteren wil. De strekking van de bijbehorende gevoelens is in ieder geval een verbonden, luchtig, blij gevoel op zo’n moment en het voelt ook als iets voor mijzelf en niet als iets om andere mensen over te vertellen, hoe enthousiast ik ook over dat soort ervaringen ben. Op een of andere manier kom je dan toch in een potentiële discussie terecht over waar of niet waar en dat doet volledig afbreuk aan de ervaring van dat moment.  

Loslaten van de dodenwereld

Er zit op basis van mijn ervaring geen winst in het actief proberen te leggen van de connectie met overledenen. Wanneer je als nabestaande steeds maar met je aandacht bij de ongrijpbare niet-fysieke energie van een ander probeert te komen dan verlies je het aardse leven uit het oog. Dat is niet zo dienend. Ondanks dat we misschien wel eeuwig incarnerende zielen zijn: op dit moment speelt het leven zich hier op aarde af. Zolang je hier leeft, zal het hier moeten gebeuren. Zelfs als je vanuit een non-duaal perspectief naar het grotere geheel kunt kijken. 

Het uitgangspunt waar ik inmiddels meer naar leef is: ‘de overledenen zijn oké’. Wat er verder ook allemaal is, de doden, het nietfysieke, regelt zich wel. Mijn standaard uitgangspunt is dat er bij sterven sprake is van een overgang van fysiek naar niet fysiek en dat dit verder voor de overledene iets is wat zich wel regelt. Als fysiek wezen hoef ik mij daar eigenlijk verder niet mee te bemoeien of proberen te bemoeien. Wat ik toelaat is speels en licht. Wanneer ik de indruk heb dat er ergens een energie rondhangt dan verwijs ik direct door naar het licht zonder daarvoor eerst helemaal in te tappen. Wanneer ik het vermoeden heb van tekens waar ik niet van gediend ben, communiceer ik meteen energetisch ‘dit wil ik niet’.  

Mijn aandacht is dus minder bij het niet-fysieke komen te liggen ten opzichte van de eerste tijd na mijn moeders overlijden. Ik heb mij iets meer afgesloten voor een betere balans in mijn leven: hoofd minder in de wolken en mijn voeten meer op de aarde.  

Geen oordeel op transformatie

Ik merk dat ik mij inmiddels vrediger verhoud tot de dood dan ik deed voor mijn moeders overlijden. Een aspect van de vrede kwam voort uit mijn spirituele kijk: er is niet werkelijk een einde en er is nog contact. Het andere aspect van de vrede komt voort uit mijn meer aardse kijk: transformatie is oké. Als we ervan uit kunnen gaan dat ‘het’ voor de overledenen allemaal wel geregeld is zonder dat we daar iets voor hoeven te doen, dan houden we onszelf over.  

Eenmaal te maken met een overlijden in je naaste omgeving dan is transformatie onvermijdelijk. Hier is voor mij geen objectief ‘goed’ of ‘slecht’ aan te koppelen. Er valt geen oordeel aan te koppelen. Het is wat het is en voor nabestaanden ligt in mijn ogen ‘de rouwtaak’ in het vinden van een werkende houding tegenover de transformatie die zich heeft aangediend. Waarbij dit natuurlijk extra veel vraagt wanneer het gaat om een ongewenste/onvrijwillige/onverwachte transformatie die je op je bord krijgt.  

Externe transformatie en innerlijke transformatie

Zodra iemand overlijdt dan is er een directe transformatie van de buitenwereld. Dit is eigenlijk een hele unieke situatie want ‘normaal’ werkt transformatie van binnen naar buiten. Daarmee bedoel ik: als we verandering willen dan begint het met een wens vanbinnen. We stemmen ons af op de gewenste verandering. We visualiseren het. Dan zetten we ook eens een praktische stap en na een tijdje is er iets getransformeerd. Via dit proces gebeuren veel geboortes, loopbaanveranderingen en verhuizingen, best wel grote life events.  

Als we met de dood van een naaste geconfronteerd worden dan hebben we een directe verandering van de omgeving terwijl we innerlijk nog waren afgestemd op een leven met diegene. We kunnen er vervolgens een heel lang proces van maken (waar geen goed of fout in is), maar voor mij lijkt het erop dat het onze ervaring stukken lichter maakt als we ons zo snel mogelijk weten los te maken van alle verwachtingen die we hadden van de tijd dat de overledene er nog wel was. Dit vraagt om een innerlijke transformatie, waarmee het innerlijk weer in lijn komt met de externe situatie zoals die is.  

Van neutraal naar positief over de dood

In principe is de dood iets neutraals. Het is. Wij als mensen geven er verder betekenis aan en in het dagelijks leven is die betekenis toch wel wat zwaarmoedig tenzij we het idee hebben dat de overleden persoon nu misschien beter af is.  

Toch valt het mij dus op dat als het gaat om de nabestaanden en onszelf als nabestaande, dat we dan toch wel eerder zwaar op de hand zijn dan licht op de hand. Voor de nabestaanden is het toch wel altijd erg tenzij zij het misschien heel zwaar hebben gehad met het leveren van zorg aan de overledene of het zitten in onzekerheid. Maar dan nog los daarvan blijven we het toch als iets heel ergs beschouwen.  

Nu ik er meer vanuit een transformatieperspectief naar kijk, dus ook vanuit de nabestaanden gezien, zie ik het overlijden van een naaste meer als iets neutraals en hoe groot het taboe ook nog is om dit te schrijven: ik zie het ook als iets wat in potentie dienend is voor de nabestaanden.  

Wanneer je erin slaagt om als nabestaande weer in vrede te komen met het leven dan ben je ‘een groter mens’ geworden. Je hebt jezelf kunnen onthechten van alle verwachtingen die je had en je hebt ‘nieuw’ gecreëerd en vaak door bewust te kiezen over waar je jezelf wel en niet opnieuw aan wil hechten.  

Er ligt een mogelijkheid om het leven te herzien en indien die mogelijkheid gegrepen wordt, kan er iets nieuws ontstaan wat anders is, maar het huidige leven toch weer waardevolle betekenis geeft.  

De dood komt iets brengen

Het is volstrekt gangbaar om naar de dood te kijken als iets wat alleen maar ‘komt halen’. Er valt iemand weg. We zijn iemand kwijt geraakt. Soms heb ik het idee dat er een taboe heerst op het kijken naar wat de dood van iemand ons komt brengen. Zeker om vrij direct na iemands overlijden met deze bril op om je heen te kijken. Het is alsof we wel enkel na jaren lijden en een wederopbouw terugblikkend mogen zeggen: ‘Het overlijden van X was een vreselijke gebeurtenis maar ik ben wel dankbaar voor personen Y en Z die hierdoor in mijn leven gekomen zijn.’ Iets wat dan als een vrij grote uitspraak wordt ervaren omdat er een schijnbare verloochening in zit van de overledene of in de ernst van diens dood. Het lijkt ongepast om snel de geschenken van een dood aan te nemen en te waarderen.  

Meer mijzelf 

Mijn moeders overlijden heeft mij ontzettend veel gebracht. De relatie met mijn vader en zus is getransformeerd op een manier dat er veel meer verbinding is. Om die verbinding te kunnen ervaren was het van belang om volledig als mijzelf die verbinding aan te gaan. Voorheen was mijn spirituele geïnteresseerdheid toch iets wat ik meer voor mijzelf hield, ervan uitgaande dat mijn zienswijzen niet gedeeld werden. Voor mij was het van belang om mijzelf met mijn zienswijzen volledig te accepteren om in alle gelijkheid de verbinding aan te gaan. Het kon voor mij niet zo zijn dat ik mijn vader kon steunen vanuit zijn atheïstische kijk door mijn spirituele kijk te ontkennen of achter te houden. Dat zou niet kloppen. Om hem ten volste te omarmen moest ik mijzelf ten volste omarmen.  

Als iets op dit moment bevredigend is in mijn leven, is dat ik geleerd heb om ‘als mijzelf’ op te komen dagen. Dat maakt bijvoorbeeld dat ik inmiddels al een reeks aan gepubliceerde blogartikelen op mijn naam heb staan waarin ik steeds mijn huidige kijk deel op onderwerpen waar veelal een taboe op heerst. Denk aan onderwerpen als geld, seks en nu dus de dood. Als het voor mij geen must geweest was om op voet van gelijkheid de relatie met mijn vader en zus te herzien, had ik echt nooit een verhaal als dit durven publiceren. Ik was bang geweest wat zij er wel niet van zouden denken…  

Nu voel ik mij zo ontzettend vrij om uit te komen waar ik mee bezig ben en waar ik op verschillende momenten in de tijd voor sta. Ik heb ook het idee dat dit waardevol is voor andere mensen. Ofwel vanwege de inhoud. Ofwel vanwege de moed om open te zijn want dit geeft aan een ander de toestemming dit ook te zijn.  

Willen we niet allemaal vrij zijn openlijk onszelf te zijn? Ik heb mijn moeders overlijden aangewend om hierin een grote transformatieslag te maken. Zo kan ik achteraf zeggen: ‘Mijn moeders overlijden heeft mij meer vrijheid en verbondenheid gebracht.’  

Transformeren kan altijd, maar de dood helpt 

Er is was echter geen dood voor nodig geweest. In werkelijkheid hebben we de vrijheid om op elk moment te transformeren, maar we doen het vaak niet vanwege onze hang naar veiligheid en onze neiging om spannende dingen te vermijden. 

De dood ontwricht die veiligheid dusdanig dat we in een keer in het diepe worden gegooid. Het oude willen herstellen is een wedstrijd aangaan die niet gewonnen kwam worden. We kunnen enkel een ‘nieuw’ creëren zoveel mogelijk in lijn met alles wat we ook nog verlangen met wat wel mogelijk is.  

Overgave aan de onvermijdelijke transformatie zal naar verwachting mijn insteek zijn met de eerst volgende dood waar ik mee te maken krijg. Geen verzet tegen wat is, er in meebewegen en waar mogelijk er nog een beetje meer van maken via betekenisgeving en via bewuste persoonlijke transformatie in een gewenste richting. De dood wordt hiermee meer een ‘harde’ wake-up call dan iets verschrikkelijks wat heeft weggenomen. De vraag waar de dood toe uitnodigt: ‘Leef ik zelf nog wel ten volste of zit ik in een of andere middelmatige sleur een beetje veilig te zijn en de dingen die ik werkelijk wil uit te stellen?’  

Als ik er zo naar kijk dan komt iedere dood nieuw leven brengen aan de nabestaanden. 

Misschien ook interessant voor je
Iemand met een goede balans in mannelijke en vrouwelijke energie zul je herkennen als iemand
Het kan zo verwarrend zijn. Spirituele leraren kunnen je voorhouden dat je alles krijgt waar
Vanavond om 20.00 uur ben ik te gast in de broadcast van de ‘School voor
Ik kom terug van de markt. Overprikkeld. Tijd om te ontspannen op de bank. Een
Het ‘juiste’ doen, roept bij veel mensen weerstand op. Want ja, je weet wel dat