Maand: oktober 2019

Hoe ik introvert zijn steeds beter own

Hoe ik introvert zijn steeds beter own

Ik was begin twintig toen ik bij een psycholoog kwam in de veronderstelling dat er iets mis met mij was. Ik was stiller dan anderen in sociale contexten en ik vond het ook niet altijd leuk om in sociale contexten te zijn. Er werd meteen gedacht in de richting van ‘sociale fobie’, iets wat ik zelf niet passend vond bij wat ik ervaarde. Ik was sociaal en deed veel sociale dingen maar het sociaal zijn leek anderen veel makkelijker af te gaan. Toen ik enkele jaren later een TEDtalk van Susan Cain zag, wist ik wat er met mij aan de hand was. Ik was ‘introvert’ en de meeste mensen waarmee ik omging waren ‘extravert’.

Toen dat kwartje gevallen was, ben ik gaandeweg mijn introversie steeds beter gaan ownen. Eerst vond ik het spannend om mij niet meer structureel aan te passen aan de ‘extraverte norm’. Nu ben ik gewoon iemand die doet wat bij mij past.

Ik neem je in deze blog mee langs wat topics waartoe je je als introvert moet zien te verhouden, zoals:

  1. Je behoefte aan alleentijd terwijl het gangbaarder is om je bij de groep aan te sluiten
  2. Functioneren in gezelschappen met drukkere mensen
  3. De norm van mondelinge communicatie boven schriftelijke
  4. De algemene opvatting van feestjes en gezelligheid
  5. Het introvert zijn an sich

Ik deel per topic hoe ik mij ertoe ben gaan verhouden en dit is vooral inspirerend wanneer je zelf vaak geneigd bent je aan te passen aan de omgeving.

1. Ik own mijn behoefte aan alleentijd

Als introvert woonde ik op mijn 18e in een studentenhuis met 26 andere studenten. De norm was overal gezellig aan mee doen, veel samen doen en je deur open hebben zodat er altijd mensen binnen konden lopen. Ik deed mee aan wat ik zag als de norm. Als ik mij terug wilde trekken, dacht ik dat mij iets kwalijk genomen kon worden. Dat ik een afhaker was. En dat er dan misschien negatief over mij gepraat zou worden. Dus ik was overal bij en feestte er op los.

Inmiddels is het voor mij helder wat ik nodig heb om goed te functioneren. Ik weet simpelweg dat ik een bepaalde hoeveelheid sociale prikkels aankan met een heldere en open geest. En ik weet dat wanneer mijn taks bereikt is, ik op een meer ‘afwezige’ manier aanwezig ben. Om weer te kunnen switchen van ‘afwezige aanwezigheid’ naar ‘aanwezige aanwezigheid’, is het nodig dat ik alleentijd claim. Om zoveel mogelijk tijd in gezelschap daadwerkelijk met volle aandacht aanwezig te zijn, claim ik steeds vaker mijn me-time TIJDENS sociale activiteiten. Ik wacht dus niet tot NA de activiteit om mij weer op te laden.

Een aantal voorbeelden ter illustratie en inspiratie

Zo was ik laatst een dagje uit met mijn huidige huisgenoten. We hadden de dag doorgebracht op het water en we waren nu bij een andere buitenlocatie aan het wachten tot we zouden eten. Dat was het moment waarop ik mij terug trok op een kleedje met mijn opschrijfboekje en waar ik na wat geschreven te hebben een dutje deed. Terwijl anderen op dat moment borrelden en spelletjes speelden. Ik voel mij op zo’n moment niet opgelaten omdat ik weet dat ik mij straks weer met vernieuwde energie aan kan sluiten bij de groep.

en zo zag dat eruit 🙂

Laatst in de Efteling raakte ik ook wat vol. Ik gaf aan dat ik mij even wilde terug trekken. Ik zocht een leeg grasveldje op en ging daar mediteren terwijl mijn maatje in een attractie ging waar ik niet in wilde. Ook dit moment van terugtrekken was in belang van ons beiden. Ik zou immers de dag weer kunnen vervolgen met vernieuwde energie.

Op een verjaardag van een vriendin, nam ik het initiatief om even de hond uit te laten. Een win-winsituatie. Zowel het beestje als ik kregen wat we nodig hadden.

Op een andere verjaardag verplaatste ik mij van de mensen naar de boekenkast in een ander deel van het huis. Ik nam mijn tijd om even tussen de boeken te neuzen. Ik ging zelfs even zitten met een boek dat mij interesseerde. Daarna voegde ik mij weer tussen de mensen.

Bij een weekendje logeren bij vrienden van mijn vriend deed ik eerst mijn eigen ochtendritueel voordat ik bij de rest ging zitten. Dat terwijl zij met elkaar aan het ontbijten waren. Als ik eerst voor mijzelf gezorgd heb met wat beweging en meditatie dan kan ik mij daarna makkelijker overgeven aan het groepsgebeuren. Anders denk ik toch de hele tijd: ‘Ik zou eigenlijk nog willen mediteren…’.

Logeer ik bij vrienden in de huiskamer waar de kinderen op een gegeven moment binnen komen, dan zorg ik na een eerste focus op de kinderen en een ontbijt met elkaar dat ik later alsnog in een andere kamer kan mediteren voordat we op pad gaan.

Kom ik na een lange treinreis aan bij mijn vader dan kan het zijn dat ik binnen een uur na mijn aankomst een korte powernap doe zodat ik daarna weer de ‘aanwezige aanwezigheid’ heb die passend is voor een avondje quality time.

Vroeger paste ik mij veel eerder aan naar wat in mijn ogen normaal was: bij het gezelschap blijven. Het hele idee dat ik wat alleentijd kon claimen, was niet eens bij mij opgekomen als optie. De verandering kwam toen ik ging mediteren. Dit deed mij zo goed dat het een must werd om dit dagelijks te doen. Wanneer ik dan een weekend weg ging met mensen moest ik wel een moment voor mijzelf claimen zodat ik kon mediteren. De winst van het mediteren was zo groot dat het voor mij opwoog tegen een eventueel oordeel over mijn moment van afwezigheid tijdens een sociale aangelegenheid.

Alleentijd claimen moet je zelf doen en dat is soms spannend

Nu is het claimen van alleentijd iets wat ik als mijn verantwoordelijkheid zie om te doen. Voor mijzelf maar ook voor anderen. Wanneer ik ‘vol’ zit dan is het voor mij namelijk niet leuk om onder de mensen te zijn en ik ben voor mijn omgeving dan ook nauwelijks meer van toegevoegde waarde.

Het enige ‘spannende’ van het zorgdragen voor je me-time is dat je het zelf volledig moet initiëren. Er zal NOOIT een situatie zijn waarin je sociaal gezelschap vraagt van: ‘Suus, moet jij je niet even terugtrekken en opladen?’ Mensen zijn daar helemaal niet mee bezig. Die zitten gewoon in de sociale modus en je even terugtrekken binnen een sociale context om je op te laden, is niet iets wat als een optie gezien wordt door de meeste mensen. Tot je het doet. Dan blijkt het geen enkel probleem.

2. Ik own mijn stillere aard in gezelschappen

Op mijn stillere aard in gezelschappen had ik altijd mega oordelen. Ik zag het als iets wat gelijk stond aan onzekerheid en zo wilde ik absoluut niet gezien worden. Wanneer je het woord voerde, dan had je zelfvertrouwen, zo redeneerde ik.

Later zou ik pas ontdekken dat veel extraverten copen met gevoelens van sociaal ongemak door veel te praten en dat hoeveel je praat dus niet gelijk staat aan het zelfvertrouwen wat je hebt.

Lang was ik als introvert wel degelijk onzeker waardoor ik mijzelf soms verborg achter mijn introverte aard (een introverte vorm van copen met sociaal ongemak). Ik dacht: ‘Ze denken maar lekker dat ik die stille ben, dan wordt er van mij geen hele actieve deelname verwacht’. Dat voelde deels veilig want dan kon ik ook niet veroordeeld worden om wat ik zei en hoe ik dat zei.

Aan de andere kant voelde het dodelijk vermoeiend omdat ik alle gesprekken van iedereen volgde zonder actief deel te nemen. Aan het einde van een bijeenkomst kon ik dan aan de laatst overgeblevenen vertellen wat er bij iedereen uit het gezelschap speelde…

Het was een soort patroon. Eerst stil zijn in groot gezelschap en als er dan genoeg mensen vertrokken waren, zodat er een klein gezelschap overbleef, deelde ik met de overgeblevenen mijn observaties. Iets wat gewaardeerd werd. Toch heb ik dit patroon veranderd omdat het eigenlijk dodelijk vermoeiend voor mij was om alles te volgen zonder zelf mee te doen.

Ik heb gewerkt aan mijn zelfvertrouwen en toen ik hier wat meer van had, deed ik wel actief mee in gesprekken in groepen. Eerst spiegelde ik mij daarbij aan een extravert voorbeeld. Ik internaliseerde min of meer de gespreksgewoonten van een van de extraverte mensen waar ik op dat moment mee omging.

Later ontwikkelde ik mijn eigen manieren van doen zodat mijn gedrag in een groep een weerspiegeling was van mijzelf. Ik heb relatief minder inbreng, minder spreektijd en vertel geen hele verhalen maar ik stel wel betrokken vragen, doe inhoudelijke aanvullingen, deel observaties, vat zo nu en dan de kern en af en toe doe ik een persoonlijke ontboezeming.

Dit is hoe ik sociaal mag functioneren. Ik ben stiller en zeker als ik in een luidruchtig extravert gezelschap ben, kan het lijken alsof ik ondergesneeuwd wordt, maar vanbinnen ben ik oké. Ik blijf liever trouw aan mijn rustige aard dan dat ik mijzelf ga proberen te overschreeuwen om niet uit de toon te vallen.

3. Ik own dat ik mij schrijvend het beste uitdruk

Ik schrijf beter dan dat ik spreek. Mijn schrijfvaardigheden heb ik al vanaf jonge leeftijd ontwikkeld. Ik vond werkstukken maken leuk, als puber schreef ik concertverslagen wanneer ik bands bezocht en tijdens mijn studie SPH kreeg ik te horen dat ik mijn mondelinge inbreng tijdens groepsintervisie enorm compenseerde met mijn diepgaande heldere reflectieverslagen.

Vervolgens ben ik nog heel veel meer aandacht gaan geven aan het ontwikkelen van mijn schrijfvaardigheden. Pas op de helft van mijn studie SPH begon ik wat bewuster uit mijn schulp te kruipen als het om spreken ging. Tot die tijd was ik toch voornamelijk ‘de observator’ geweest.

Ik was dus al boven de twintig toen ik nog steeds een soort Bambi op trillende pootjes was als het om spreken ging, maar wat schrijven betreft zat ik vermoedelijk bij de top 5% van de volwassenen die op hbo-niveau functioneerden.

Logisch dus dat als ik mij ‘uit wilde drukken’, zeker als het om iets belangrijks ging, ik liever een brief of mail stuurde in plaats van een telefoontje pleegde. Dat ik liever een kaartje stuurde, in plaats van rechtstreeks een wens uitsprak. Ik liever mijn dagboek voorlas om mijn hart met intimi te delen in plaats van dat ik probeerde mijn ervaringen en gevoelens mondeling deelde zonder behulp van mijn schrijfsels.

Via mijn geschreven teksten kon ik mensen namelijk helemaal meenemen in mijn belevingswereld. Ze laten lachen en huilen. Terwijl ik sprekend niet veel verder kwam dan: ‘Het was leuk’. Of ik onthulde enkel en direct de clou van een potentieel verhaal, of deelde enkel mijn eindinzicht zonder mensen mee te nemen in het proces wat eraan vooraf was gegaan. Hoe goed het schrijven ook ging: ik dacht lang dat je er meer toe deed als je jezelf mondeling goed kon uitdrukken

Nog altijd voel ik mij schrijvend het meest competent om te ‘zeggen’ wat ik wil zeggen. Ik heb mijn spreken wel verder ontwikkeld, maar ik heb ondertussen mijn schrijven ook nog veel verder ontwikkeld waardoor ik toch met een gat blijf zitten.

Nu own ik de situatie zoals hij is. Ondanks dat er een norm lijkt te heersen om bepaalde dingen mondeling te doen omdat de non-verbale communicatie de woorden dan kan versterken, ben ik er oké mee geworden om af te wijken. Ik kijk naar het doel wat ik heb en via welke weg ik dit doel met mijn persoonlijkheid en vaardigheden kan het beste bereiken.

Niet meer bellen voorafgaand aan een sollicitatie

Toen ik bijvoorbeeld werkzoekend was forceerde ik mijzelf aanvankelijk te bellen voor een baan, want daardoor zou je er met je sollicitatie meer uitspringen dan de mensen die alleen een brief schreven. Dat bellen was altijd zo awkward. Ik vond het spannend en kwam niet goed uit mijn woorden. Niet dé manier voor mij dus om een goede eerste indruk te maken.

Ik leerde om dusdanig onderscheidend te zijn in mijn sollicitatiebrieven dat ik evengoed uit de stapel sprong. Tijdens gesprekken hoorde ik weleens dat ik uit honderden sollicitatiebrieven geselecteerd was en dit hing zeker samen met mijn onderscheidende insteek.

Misschien vraag je jezelf nu af hoe ik dan vervolgens die gesprekken overleefde? Ik bereidde mij simpelweg goed voor door mijn antwoorden op mogelijke vragen uit te schrijven en nam mijn aantekeningen mee in een mapje, samen met de vragen die ik zelf had om te stellen. Met een voorbereiding kon ik mij redden.

Mailen met mijn zus

Met mijn zus, ook een introvert, bel ik eigenlijk nooit. We zagen elkaar ook niet zoveel dus dat maakte dat we er nou niet bepaald een hechte band op na hielden. Je zou denken dat je voor een betere relatie dan meer zou moeten bellen en afspreken. Toch voelde dat niet als de manier voor ons. Ik kreeg de ingeving om een mailwisseling te beginnen. Nu sturen we elkaar vrijwel wekelijks een lange mail en dit blijkt heel goed te werken voor ons en de ontwikkeling van onze relatie.

Een confrontatie aangaan met geschreven tekst

Ik zie het ook niet als een verplichting om ‘een moeilijk gesprek’ mondeling aan te gaan. Als ik iets aan wil kaarten wat gevoelig ligt dan voel ik mij vrij om het eerst op te schrijven en het dan te laten lezen, voor te lezen en soms zelfs te mailen of te appen, waarbij ik dan enkel telefonisch de mail of app aankondig. Soms is het simpelweg belangrijker dat je iets overbrengt dan hoe je iets overbrengt.

Communicatie hoeft dus niet allemaal mondeling en direct ondanks dat de meeste mensen dat wel zo doen. Het gaat erom wat werkt en dat je een integere keuze maakt. Schrijven moet niet een manier zijn om een confrontatie of live contact te vermijden maar het kan wel een bewust gekozen manier zijn om een boodschap met veel aandacht en liefde tot stand te brengen en in alle helderheid met anderen te delen.

4. Ik own mijn opvatting van feestjes en gezelligheid

Een verjaardagsfeest met allemaal mensen, muziek en drank: het is niet waar ik blij van word. Dat is dan ook niet (meer) de manier waarop ik mijn verjaardag vier. Vroeger wel, want ik dacht vanaf 15+ dat dat simpelweg het concept van een feestje was.

Wel was ‘deze norm’ voor mij een reden om menig verjaardag niet te vieren. Meestal werd het dan iets kleins, individueels met een of twee personen. Dat is eigenlijk nu nog steeds zo, maar nu is dat nog meer een bewuste keuze.

Wel zie ik tegenwoordig steeds meer mogelijkheden om het ‘groepsfeestje’ op een manier in te vullen zodat het wel bij mij past. Ik besef namelijk dat ik echt authentieke keuzes mag maken als het om de dingen gaat die ik zelf organiseer en dat ik vrij ben mijn eigen tradities te creëren. Dus als ik dan nadenk wat ik zou willen, ploppen er leuke ideeën op welke ik wellicht in de komende jaren ga testen.

Oud en nieuw

Als het om oud & nieuw gaat, heb ik het de laatste jaren ook rustig gehouden. Vanaf puberleeftijd tot ergens in de twintig was ik standaard in de randstad te vinden op een feestje: Amsterdam, Den Haag, Rotterdam. Veel mensen. Veel drinken. Doorgaan tot er echt nergens meer iets te beleven was.

De laatste jaren speelt oud en nieuw zich meer in een huiskamercontext af. Samen zijn met een of enkele mensen en lekkere hapjes. Zelfs de champagne laat ik liever staan. Ik ben zo blij dat oud & nieuw geen spectaculair ding meer hoeft te zijn en dat ik gewoon naar bed kan wanneer ik wil.

Koningsdag

Het moment dat ik oud genoeg werd bevonden om zelf met de trein te gaan, ging ik met Koninginnedag naar Amsterdam. Of de NS het vanwege (te) grote drukte nou afraadde of niet. Bestemming was het Museumplein. Daar stonden we dan uren tussen de mensenmassa te kijken naar de artiesten op het podium. Het heeft echt jaren geduurd tot ik besefte: ‘Ik vind dit eigenlijk helemaal niet echt leuk..’. Inmiddels is mijn enige manier van aandacht geven aan Koningsdag dat ik een oranje tompouce eet terwijl ik even een nieuwsuitzending opzoek om even naar de prinsesjes te kijken. Dan is het weer klaar.

Vermijden van massa’s, herrie en verdovende middelen

Plekken waar massa’s mensen zijn probeer ik zoveel mogelijk te vermijden. Net als plekken waar veel alcohol gedronken wordt of waar mensen drugs gebruiken. Ook veel geluid/herrie vind ik niet aantrekkelijk. Dat terwijl ik als puber en student regelmatig naar grote muziekfestivals ging of naar van die grote dance feesten. En het was ook niet dat ik het daar dan rustig aan deed…

Omdat ik mijn leven tegenwoordig zo erg naar mijn eigen voorkeuren heb ingericht, is mijn basisstaat ‘tevredenheid’. Ik heb niet iets nodig als een feest om te ontspannen, mij op te laden of de dagelijkse beslommeringen te vergeten.

Geen erkenning meer aan het najagen tijdens uitgaan

Ik ben ook niet meer op zoek of iets aan het najagen via feesten of uitgaan. Voorheen kon ik veel meer halen uit de erkenning van anderen via aandacht/flirten. Ook ontleende ik een stuk identiteit uit ‘een feestbeest zijn’. Het was de ideale manier om te voorkomen dat mensen mij konden categoriseren als het ‘onzekere stille meisje’.

Enerzijds kon ik dan aan mensen vertellen dat ik allemaal dingen deed in mijn vrije tijd die niet bij dat beeld pasten. Anderzijds had ik tijdens feesten een mogelijkheid om mij veel vrijer en extraverter uit te drukken dan anders. Dansend doe ik namelijk niet onder van een extravert persoon en met nog wat drank of drugs erbij ging de ‘sociale rem’ er ook nog eens van af. Wanneer andere mensen uiteindelijk zoiets hadden van: ‘Oh, jij bent veel toffer dan ik eigenlijk dacht’, dan gaf me dit een fantastisch gevoel.

Ik heb tegenwoordig niet meer zo’n boodschap aan wat andere mensen van mij vinden. Ik ben er oké mee als er mensen zijn die mij opvatten als rustig en misschien wel suf. Ik own het. Trouw zijn aan mijzelf weegt zwaarder dan een positief oordeel van een ander omdat ik iets doe wat niet trouw is aan mijzelf.

5. Ik own mijn introvert zijn en daarmee hoe ik mij voel

Nog even in algehele zin: ik heb totaal geen schaamte meer voor mijn introverte aard. Ik weet dat ik introvert ben en dat dit vooral iets te maken heeft met hoe ik informatie/prikkels verwerk. Ongeveer een derde van de mensen is introvert.

Uiteindelijk gaat het erom dat je je verantwoordelijkheid neemt voor je eigen functioneren in het leven. Iets wat gelijk staat aan het nemen van verantwoordelijkheid voor ‘je staat van zijn’ binnen iedere context en levensgebied. Hiermee verzeker je jezelf van een leven waarin jij je in je element voelt omdat je jezelf toestaat een fijne versie van ‘jou’ te zijn en daarvoor de ruimte te claimen die je nodig hebt.

Wanneer jij kunt ownen wie je bent en wat je nodig hebt om jezelf trouw te blijven, kun je het leven stukken beter aan. Ook wanneer ‘de norm’ niet aansluit bij wat prettig voor jou is. Er is veel meer ruimte om situaties te beïnvloeden dan je misschien denkt, waardoor jij toch zo goed mogelijk kunt functioneren in een extravert ingestelde samenleving.

Het vraagt moed om de ruimte te claimen die je nodig hebt en om sommige dingen net wat anders te doen, maar uiteindelijk wen je eraan om dat te doen. De mensen om je heen wennen er ook aan en kunnen het vaak waarderen zelfs omdat ze er bewondering voor hebben. Je wil namelijk niet weten hoeveel mensen er in het dagelijks leven zichzelf aanpassen om maar te kunnen leven naar hoe ze denken dat dit van hen verwacht wordt.  Dat terwijl ze zich door het aanpassen niet optimaal in hun vel voelen en bijvoorbeeld onderpresteren.

Introvert zijn in een extravert ingestelde samenleving betekent dat het leven je continu uitnodigt om authentiek te zijn. Je MOET bepaalde dingen wel net wat anders doen om ze zo goed mogelijk te kunnen doen. Je kunt dit gegeven negeren en je blijven aanpassen aan de norm maar dit heeft gevolgen zowel voor jou als voor je omgeving omdat je dan eigenlijk niet op je best bent.

Je kunt ervoor kiezen de moed te ontwikkelen om de dingen op een voor jou werkende manier te doen. Hierdoor kun je niet alleen als jezelf het leven steeds beter aan, je kunt hiermee ook nog eens een inspirerend voorbeeld zijn voor anderen. Uiteindelijk verlangt iedereen ernaar ‘in lijn te leven’ met zichzelf.

Acht verschillende typen introverten

Later in mijn leven ontdekte ik dat ik niet alleen introvert was, maar dat je de introverten (en extraverten) nog verder kunt opsplitsen in persoonlijkheidstypes. Er zijn acht verschillende soorten introverten volgens de  Myers–Briggs Type Indicator (MBTI). Ik ben daarvan een ‘INFP’. Het is de introverte dromer, die vaak de stempel ADD op zich geplakt krijgt.

In deze blog heb ik een aantal simpele vragen waarmee je kunt testen welk type je bent en geef ik een introductie in het type INFP.

Misschien ook interessant voor je
Heb je het je het stempeltje ADD te pakken? Dan zou je bijna gaan geloven
Als iets natuurlijk typisch ADHD/ADD is, is het wel uitstelgedrag. Altijd te laat beginnen aan
Er zijn zat dingen in mijn leven die niet precies zo lukken als ik dat
Iedere liefde waar ik sinds de middelbare school het bed mee heb gedeeld, weet dat
Vrijwel dagelijks kom ik tot meer helderheid over mijzelf. Vaak gaat het dan om het
Hoe een andere ijssmaak kiezen mijn leven verrijkte

Hoe een andere ijssmaak kiezen mijn leven verrijkte

Afgelopen zomer deed ik een experiment. Wanneer ik schepijs ging eten, koos ik steeds voor een smaak die ik tot dan toe nog nooit gehad had. Na een leven lang voor mijn standaard ijssmaken chocola en citroen ter zijn gegaan, was dit nogal buiten mijn comfort zone. Deze persoonlijke uitdaging heeft behoorlijk wat teweeg gebracht. In deze blog deel ik mijn bevindingen.

Adrenaline door mijn lijf

Ik weet nog dat ik met mijn vriend bij de Intermezzo, dé ijssalon in Tilburg, stond te kijken naar alle ijssmaken. Het was tijd om een keuze te maken en ik wist het gewoon niet. Er waren zat smaken die ik nog nooit gehad had, maar zouden ze ook lekker zijn? Wat nou als ik iets zou kiezen wat heel vies was? De adrenaline gierde door mijn lijf toen ik uiteindelijk ‘Raffaello-smaak’ koos. Iets waarvan ik geen idee had wat het was. Tot ik het proefde.

‘Ohneeee, dat zijn van die chocolade bonbons met kokos erom heen die ik zo vies vind!’ Maar toen nam ik nog een likje. ‘Hm, valt eigenlijk wel mee. Nee, volgens mij vind ik dit eigenlijk niet vies.’ Dit bleek keer op keer het geval. Wanner iets niet fantastisch lekker was, was het ook nog niet meteen verschrikkelijk vies. Daarnaast kwam ik door te experimenteren regelmatig met ijssmaken in aanraking die fantastisch lekker bleken! Misschien nog wel lekkerder dan chocola en citroen. Stroopwafel, butterscotch en ‘oma’s appeltaart’.

Meer verrassende keuzes

Niet alleen als het op ijs aankwam maakte ik vaak dezelfde keuze. Ook qua pizza maakte ik altijd dezelfde keuze. TOTDAT ik dus bezig was met mijn ijsexperiment. Ik dacht ‘wat kan mij het schelen’, en bestelde pizza’s met smaken die ik nog niet eerder gekozen had. Ook hierbij gold: de ene keer deed ik een ware ontdekking (zeevruchten pizza!) en de andere keer was het niet fantastisch maar ook niet slecht.

Toen ik voor mijn verjaardag een plek mocht uitkiezen om uit eten te gaan, wilde ik zelfs ergens eten waar ik niet bij voorbaat al kon voorspellen wat ik zou eten en hoe dat zou smaken. Dus niet ergens waar ik waarschijnlijk uit zou komen op de geitenkaassalade of de zalmfilet, maar waar ik iets ‘spannenders’ zou kunnen beleven. Ik koos ervoor te eten bij een Turks restaurant wat ik nog niet eerder bezocht had. Aan de kaart te zien kon ik daar in ieder geval ‘wat anders dan anders’ treffen.

Verder heb ik deze zomer nog kennis gemaakt met mosselen, chocolaatjes met een spannende vulling en bestelde ik bij een bakker wat er lekker uit zag zonder na te gaan wat het was.

Het bekende: zoooo saai!

Er was een moment dat ik toch een bolletje citroenijs uitkoos. Het leek mij gewoon het lekkerst. Maar toen ik het proefde, was mijn ervaring: ‘Zoooo saai, deze bekende smaak heb ik al 1000 keer geproefd!’, en ik voelde mij dan ook alles behalve gedreven om nog een keer terug te vallen in mijn oude vertrouwde smaken. Ik kon inmiddels wel vier smaken bedenken die ik lekkerder vond dan dat.

Nieuwe favorieten en nieuwe patronen

Ondanks dat ik nu in ieder geval van mijn chocola en citroen af was, slopen er toch weer langzaam nieuwe favorieten in die ik meer dan een keer koos. Zoals de stroopwafelsmaak en grootmoeders appeltaart. Ik voelde mij een beetje zwak wanneer ik toch iets bestelde wat ik inmiddels al kende ondanks mijn experiment. Toch is het misschien niet helemaal mijn schuld, maar meer ‘de schuld’ van het brein. Het brein houdt er namelijk niet van energie te verspillen. Elke keer nadenken over welke ijssmaak je gaat kiezen, vind het brein helemaal niet leuk. Het vraagt veel mentale energie. Dus maakt hij graag ‘een veilige’ keuze.

Nog steeds bepaalde smaken uit de weg gegaan

Ik heb voor mijn verjaardag nog een tegoed om twaalf keer een ijsje te eten met iemand. Wat mij is opgevallen is dat ik tot nu toe nog steeds ijssmaken uit de weg ben gegaan die mij helemaal niks lijken, zoals de smaken mint, kokos en smurf. Om mijn comfort zone op te blijven rekken, denk ik dat mijn laatste ijsjes van dit jaar voornamelijk in deze categorie zullen vallen. Ondanks dat het misschien niet erg lekker gaat zijn, kijk ik wel uit naar de spanning die zo’n ‘living on the edge’ ervaring met zich meebrengt.

 

Misschien ook interessant voor je
Ik hou van experimentjes met mijzelf. Experimenten waarbij ik bijvoorbeeld uit mijn comfort zone ga
Vrijwel dagelijks kom ik tot meer helderheid over mijzelf. Vaak gaat het dan om het
Uit je comfort zone gaan om te groeien: dat is de manier de we allemaal
Twee jaar geleden was ik op het OpenUp festival en ik ving op dat er
Ik kom terug van de markt. Overprikkeld. Tijd om te ontspannen op de bank. Een
Hoe ziet mijn schrijfritueel voor het slapengaan eruit?

Hoe ziet mijn schrijfritueel voor het slapengaan eruit?

Iedere liefde waar ik sinds de middelbare school het bed mee heb gedeeld, weet dat ik eerst schrijf en daarna pas beschikbaar ben om nog wat te knuffelen voor het slapen. In deze blog deel ik wat ik momenteel doe in mijn opschrijfboek voor ik richting dromenland vertrek.

1. Heb ik mijn planning voor morgen op orde?

Mijn planning voor de volgende dag maak ik al eerder op de avond, maar toch check ik nog even of alles in mijn boekje staat. Het kan zijn dat ik ’s avonds onder de douche nog een ingeving gekregen heb en dat ik op basis daarvan een aanvulling wil doen. Het kan dat ik in de avond nog een berichtje heb binnen gekregen van een klant en dat ik aanvul dat ik deze moet beantwoorden. Het kan ook zijn dat ik in de avond een filmpje heb gekeken en dat ik de volgende dag nog even het tweede deel wil kijken of mijn aantekeningen wil doornemen.

2. Het uiten van mijn dankbaarheid/waardering

Ik heb jarenlang aan het einde van de dag geuit waar ik dankbaar voor was voor het slapengaan. Het gevoel waarmee je in slaap valt, is hetzelfde gevoel als waarmee je wakker wordt, dus het leek mij een goed plan om standaard ‘dankbaar’ in slaap te vallen.

Sinds kort heb ik een subtiele draai gegeven aan het uiten van mijn dankbaarheid. Ik heb het veranderd naar uit uiten van mijn waardering. Het is namelijk zo dat er aan het uiten van dankbaarheid toch nog een licht negatieve connotatie kan hangen, in de zin van: ‘Ik voelde mij overweldigd, maar ik ben dankbaar dat ik toch nog wat van mijn dag gemaakt heb.’ Dankbaarheid kan dus soms gepaard gaan met iets wat niet optimaal is/was en dat je dan toch dankbaar bent voor iets wat wel gelukt is. Het is subtiel, maar opeens had ik hem door.

Dit ‘probleem’ zal minder voorkomen wanneer je opschrijft wat je waardeert. Iets waarderen heeft vaker een volledig positieve connotatie en er zijn dingen die je kan waarderen waar je misschien minder snel aan zou denken dan wanneer je nagaat waar je dankbaar voor bent. Het waarderen zit makkelijker in de kleinere dingen:

– Ik waardeer mijn fijne dekbed
– Ik waardeer dat ik naast mijn lief lig
– Ik waardeer de warme douche die ik gehad heb

Daarnaast is er ook al ruimte voor de ‘grotere’ dingen

– Ik waardeer dat het mij steeds beter lukt om…
– Ik waardeer de hulp en support die ik in mijn leven ontvang
– Ik waardeer dat ik in zie hoe rijk ik ben

3. Het aansturen van mijn onderbewuste voor de nacht

Wanneer ik slaap, gaat mijn onderbewuste door. Sterker nog, mijn onderbewuste kan nog veel beter zijn werk doen wanneer ik slaap omdat ik er dan niet tussen zit met mijn ‘beperkte denkgeest’. Het aansturen van mijn onderbewuste doe ik op basis van mijn behoeften en doelen. De aansturingen kunnen betrekking hebben op het eigen maken van nieuwe gewoontes en het krijgen van helderheid over bepaalde onderwerpen. Enkele voorbeelden van wat ik zou kunnen schrijven:

‘Help mij gewoonte X te internaliseren’
‘Geef mij een droom waarin ik helderheid krijg over…’
‘Laat mij zien wat mij nog in de weg staat wat betreft…’
‘Laat mij zien wie ik ben als ik gewoonte X helemaal eigen heb gemaakt’

4. Vragen stellen

Deze hangt deels samen met het aansturen van mijn onderbewuste. Ik stel een vraag of enkele samenhangende vragen waar ik een antwoord op wil. Wanneer ik de volgende ochtend nog een keer naar de vraag kijk, dan weet ik heel vaak met mijn heldere ochtendgeest een antwoord te formuleren waar ik blij mee ben.

5. Intenties zetten

Als ik niet al in slaap gevallen ben inmiddels dan zet ik nog wat intenties voor de nacht en volgende ochtend. Bijvoorbeeld:

‘Ik slaap diep en word uit mijzelf uitgerust wakker’
‘Ik word wakker met energie en zin in de dag’
‘Ik word wakker met een heldere geest en een verbonden gevoel’
‘Ik heb mijn dromen onthouden als ik wakker word’

En zo ziet het er de volgende ochtend uit wanneer ik tijdens mijn schrijfritueel in slaap ben gevallen…
Misschien ook interessant voor je
Naast alle dingen die ik wel doe, zijn er ook een aantal dingen die ik
In deel I van deze blogserie beschrijf ik mijn huidige ochtendritueel van twee uur. Ik
Het maakt niet uit waar je staat. Het is altijd mogelijk je ochtendritueel (nog) meer
Een andere weg naar een dienender ochtendritueel is door of het tijd is voor nieuwe
Vrijwel dagelijks kom ik tot meer helderheid over mijzelf. Vaak gaat het dan om het