Maandelijks archief: januari 2017

Waarom Assepoester niet lang en gelukkig leefde

Ik heb nooit anders gedacht dan dat Assepoester aan het einde van het verhaal gelukkig was. Met haar prins. Bevrijd uit het strenge regime van haar stiefmoeder. De rijkdom en de luxe van het kasteel. Maar hoe waarschijnlijk is het eigenlijk dat Assepoester dit alles kon ontvangen en er ook nog eens met volle teugen van kon genieten?

Assepoester stond altijd als eerste op. Klaar om te zorgen voor iedereen. Haar stiefmoeder en haar zusters. Ze had haar eigen ochtendritueel in alle vroegte. De ramen open, haar haar doen wat liedjes zingen met haar dierlijk gezelschap.

Ze had het rijk alleen in de keuken. Ze kon precies in haar tempo op haar manier klaarmaken wat ze klaar wilde maken. Bezorgde het eten aan haar stiefmoeder en zusters en had er weer een taak van de lijst opzitten. Iets wat mogelijk best een goed gevoel gaf. Idem dito met het verzorgen van de dieren en het doen van allerlei klusjes in huis.

Ze miste weliswaar een stuk vrijheid en vooral een stuk liefde, maar goed, dat had toch uit haar zelf moeten komen. Of ze had het al wel, en dan had ze het ook in deze situatie. Of ze had het niet en dan dus ook niet in de nieuwe situatie met het kasteel, de prins en de lakeien die het werk voor haar deden.

We hebben geleerd er te makkelijk vanuit te gaan dat geluk in de omstandigheden zit. Dat als Assepoester niet liefdevol behandeld wordt en hard moet werken voor anderen die zelf geen vinger uitsteken, dat ze dan wel ongelukkig moet zijn. Daarnaast dat als Assepoester uit haar situatie bevrijd wordt door een rijke prins dat dit haar geluk ten goede komt.

Gek eigenlijk. Want je basis geluksniveau haal je vanbinnen. Als je vervolgens kijkt naar andere dingen die een goed gevoel geven, dan zullen dat dingen zijn als: autonoom zijn, vrijheid, ruimte hebben om te creëren en jezelf te ontplooien, het geeft een goed gevoel om taakjes af te ronden en het is bijvoorbeeld fijn om vaste rituelen te hebben waarbij je iets doet wat jezelf of anderen dient op een vrij moeiteloze manier.

Wat zien we hiervan terug bij Assepoester die trouwt met haar prins? Het sprookje eindigt natuurlijk met de wegrijdende koets dus zeker weten doen we het niet. Maar als we uitgaan van het standaardbeeld van een prins in een paleis dan is het best mogelijk een voorstelling te maken van een aantal situaties/uitdagingen waar Assepoester mee te maken krijgt.

Denk je dat Assepoester haar vermogen om andere mensen te verzorgen en te verwennen nog optimaal mag benutten in het paleis waar ze komt te wonen? Mag ze zelf de keuken nog in of zal ze zich zo goed als verplicht moeten laten verzorgen door koks of dienstmeisjes? Hoe zou dat dan voor Assepoester zijn? Zou ze kunnen ontspannen als haar eten geserveerd wordt? Als het na het eten niet de bedoeling is dat ze meehelpt met afruimen en afwassen maar dat ze het aan de mensen overlaat die daarvoor in dienst zijn?

Het lijkt vrij zeker dat Assepoester zich niet meer met het huishouden en het bedienen van mensen bezig moet houden. Dat betekent een zee van vrije tijd voor Assepoester. Zou ze zich raad weten met al die tijd en ruimte die ze dan zo plotsklaps heeft? Waar zou ze naar verlangen en hoe achterhaalt ze waar de werkelijk naar verlangt? Heeft ze eigenlijk nog wel een idee van wie ze is?

Wie kan haar helpen met al haar levensvragen? Zou ze iets aan haar prins hebben? Een prins die in de praktijk helemaal niet zo vrij is dan je geneigd bent in te vullen wanneer je het Assepoester sprookje bekijkt. Vermoedelijk is de vrijheid van de prins op een bepaalde manier net zo beperkt als de vrijheid van Assepoester toen ze nog voor haar stiefzussen en –moeder moest zorgen. Het was immers de prins die perse MOEST trouwen om vervolgens de boel over te nemen van zijn vader.

Ondanks dat Assepoester bevrijd is van haar taken in het huishouden, is ze bij haar prins ook weer niet zo vrij dat ze eens even goed aan haar zelf kan werken en kan ontdekken wie ze nou werkelijk is, wat ze kan en wat ze wil. Waarschijnlijk gaat ze een nieuw regime in waarbij ze functioneert als ‘de vrouw van’ en daarbij zal ze iets uit moeten stralen en uit moeten dragen wat ze niet is. Wat zou Assepoester weten van etiquette? Hoe weet Assepoester hoe ze om moet gaan met allerlei hotemetoten?

Zal het dan in het paleis de bedoeling zijn dat ze zich razendsnel een nieuwe rol eigen maakt zodat ze in het plaatje past? Zodat ze functioneert zoals een prinses dat betaamt? Zal dat haar makkelijk afgaan met haar achtergrond? Zal het vreugdevol voor haar zijn?

Het is de eerste keer dat ik erover nadenk en besef van: ‘Nee, het is helemaal niet logisch dat Assepoester nu gelukkig is. Die Assepoester gaat tegen 10.000 dingen aanlopen die heel goed zijn voor haar persoonlijke groei, maar instant geluk gaat hem niet worden.

Haar avontuur gaat verder en ze blijft net zo verantwoordelijk voor haar eigen geluk als toen dat was bij haar stiefmoeder en –zusters. Opvallend ook dat ze van de ene uiterste situatie naar de andere uiterste situatie gaat met als overeenkomst het gebrek aan onafhankelijkheid, vrijheid en autonomie. Ze zal waarschijnlijk nog steeds moeten leren om voor zichzelf op te komen, grenzen te stellen en te zorgen dat ze ruimte weet te scheppen voor haar eigen verlangens.

Wat zit ik nou serieus te doen over een sprookje? Het is een sprookje. Het is niet echt. Dat weet iedereen. Toch denk ik aan het gevoel dat ik als kind had. Ik hield van het Assepoester verhaal. Ik ging er automatisch vanuit dat het zielig was voor Assepoester toen ze zo hard moest werken en weinig waardering kreeg. Ik ging er automatisch vanuit dat Assepoester bevrijd was toen duidelijk werd dat zij het glazen muiltje paste en ze haar leven kon vervolgen met een prins in een paleis. Het moment van verlossing gaf mij altijd een goed gevoel. Een gevoel van opluchting, rechtvaardigheid. Ik voelde mij oprecht blij voor Assepoester.

Wat doet het er toe? Nou, ik hield van Assepoester en keek de video dus heel erg vaak. Door herhaling van boodschappen ontstaan er associatienetwerken in je brein. Dat is zoals het met reclame werkt. Zo kan je moeiteloos slogans afmaken omdat je ze vaak gehoord hebt. ‘Wasmachines leven langer met…..’ Of waar denk je allemaal aan bij de merknaam Zwitsal? Lichtgeel, een bepaalde geur, een baby etc.

Waarom denk ik NU pas voor de eerste keer dat het onwaarschijnlijk is dat Assepoester gelukkig werd nadat ze met de prins trouwde? Ten eerste heeft nog niemand in mijn leven dit ter discussie gesteld. Het hele onderwerp geluk is niet iets wat in mijn opvoeding of schooltijd besproken is. Dus kreeg ik een geluksbeeld mee wat gebaseerd werd op sprookjes die niet kritisch geëvalueerd werden. Mogelijk omdat ze zo onschuldig leken?

Wat voor beeld heb ik dan meegekregen van geluk? Ik weet het niet zo een, twee, drie in te vullen maar wat gedachten die in mij opkomen zijn: wanneer er sprake is van rechtvaardigheid, wanneer het ontbreekt aan mensen die gemeen doen, wanneer er bescherming is tegen het kwaad in de vorm van een prins. Iets in die trant?

Ik ben vast niet de enige die nooit uitleg gekregen heeft over werkelijk geluk. Ik ben vast niet de enige waarbij sprookjes op een niet-kritische wijze keer op keer op keer geconsumeerd konden worden. Gedurende basis- en middelbaar onderwijs is geluk  geen thema geweest en dat zal het voor vele kinderen niet geweest zijn. Dat is toch bizar eigenlijk?

Dus dan ben ik nu 31 en nu heb ik dan eindelijk pas door dat het geluk van Assepoester slechts een aanname was en ben ik in staat te onderbouwen dat dit geluk eigenlijk helemaal niet aannemelijk is.

Zo is er voor mij wel meer aan het afbrokkelen de laatste tijd. Want jeetje, wat hebben we ons gedurende ons leven ontzetten veel eigen gemaakt wat niet op iets kloppends gebaseerd is als je even wat kritischer kijkt. Wat zijn je normen? Wat zijn je overtuigingen? Hoe ben je eraan gekomen? Heb je er ooit zelf over beslist of heb je ze meegekregen? Van je ouders die je verteld hebben wat deugt en wat niet? Onbewust via sprookjes, film en televisie?

Want hoe normaal is wat we als normaal classificeren? Hoe abnormaal is wat we als abnormaal classificeren? Waar baseren we ons op en zijn dat bronnen die DE waarheid in pacht hebben? Of zijn het ook maar normen en waarden die bedacht zijn omdat ze voor een bepaalde groep mensen bleken te werken? Of zijn het zelfs normen en waarden die bedacht zijn omdat hiermee een bepaalde groep mensen zou gaan functioneren op een manier die gunstig is voor bepaalde mensen?

Nou heb ik zelf niet zoveel met complotdenken al geloof ik best dat er enorm veel onbewust beïnvloed en gestuurd wordt op allerlei manieren. Maar als ik gewoon even naar het concrete kijk, naar mijn meest directe beïnvloeders in mijn jeugd. Wat zie ik dan als het gaat om het onderwerp geluk?

Mijn ervaring is dat het als het op geluk aankwam dat er heel veel samenhing met het boeken van successen. Zichtbare prestaties. Schooldiploma’s, het verweven van een baan, een partner, samenwonen. Waarbij er vanuit werd gegaan dat ik dan wel de studies deed waar ik werkelijk blij van werd, de baan bemachtigde die ik leuk vond en dat ik in mijn vrije partnerkeuze ook echt iemand had uitgekozen waar ik het leuk mee had.

Geluk hing dus samen met keuzevrijheid hebben, de juiste keuzes maken en de aanname dat de consequenties van die juiste keuzes tot geluk leiden. Bracht het geen geluk, dan maakte je een andere keuze. Een andere opleiding, een andere baan, een andere partner. Daarbij werd ik altijd gesteund hoor, want ‘als ik maar gelukkig was’, daar ging het om. Dan waren mijn keuzes gerechtvaardigd en ik heb ook nooit oordelen gehad over dat soort keuzes. Tenminste, niet op een manier dat ik er last van had. In mijn beleving deed ik de meest logische dingen om geluk te vinden en mijn omgeving bevestigde mij hierin.

Het is niet zo dat iemand mij ooit bij zich geroepen heeft met de boodschap:

‘Suus, beste meid. Ik snap dat je naar een gevoel van vervulling verlangt en ik zie dat je hard je best doet om dat te bereiken. Ik zie dat je geen genoegen neemt met minder dan wat je werkelijk vervult. Ik zie dat je steeds maar weer doorgaat met zoeken. Alleen is er een geheim, iets wat eigenlijk nooit zo duidelijk wordt vertelt. Het is geen echt geheim hoor, want als je het weet dan zie je eigenlijk dat het overal om je heen gecommuniceerd wordt. Het is alleen iets waar niet zoveel nadruk op gelegd wordt in het dagelijks leven. Wil je weten wat het is, Suus?’

‘Ja graag, je maakt me nieuwsgierig’, had ik gezegd.

‘Het geheim is dat een gevoel van geluk van binnen uit ontstaat. Dat ontstaat niet doordat je dingen in de buitenwereld bereikt zoals het halen van diploma’s of het hebben van toffe vrienden. Het geluksgevoel ontstaat als je inziet dat je in werkelijkheid voor je geluk volledig onafhankelijk bent van alles wat buiten jezelf plaatsvindt. Je hoeft alleen maar te leren zien dat alles precies goed is zoals het op dit moment is.’

Natuurlijk had ik dan gereageerd met iets als: ‘Huh, waar heb jij het nou weer over?’, en dan had ik nog een paar honderd ja-maars ingebracht. Maar ik weet wel dat mijn nieuwsgierigheid getriggerd zou zijn.

Ik weet in zo’n soort situatie een opening had gelegen naar het vinden van waar geluk. Het is nu iets wat veel mensen, inclusief me, na een enorme omweg ontdekken. Is dat nodig die omweg?

Kunnen er geen sprookjes komen die in lijn liggen met deze ‘gelukstheorie’? De Assepoester die tot de ontdekking komt dat wonen in een paleis net zo’n gevangenis is als wonen met haar stiefmoeder en –zusters. De Assepoester die de bibliotheek induikt. Wijze helpers op haar pad manifesteert. Een Assepoester die haar ware kracht en talenten vindt. Een Assepoester die haar prins een spiegel voorhoudt en hem uitdaagt te onderzoeken wat hij nou eigenlijk zelf met zijn leven wil. Een Assepoester die als een inspirerend voorbeeld kan dienen voor ieder die haar leert kennen? Een Assepoester die gelukkig leerde leven. Niet lang, maar in het moment?

Mijn ervaringen met ADD medicatie Concerta en Ritalin

Toen ik midden 20 was ‘ontdekte’ ik ADD bij mijzelf nadat mijn vriend van destijds zichzelf liet testen en ik meekeek. Ik dacht dat ik eindelijk een verklaring had voor alles wat anders aan mij was en moeizaam bij mij ging. Ik kon niet wachten op behandeling. Ik dacht dat het dan eindelijk allemaal makkelijker zou worden.

ervaren voordelige effecten Door ADD-medicijnen (Ritalin en Concerta):

  • Het voelde alsof ik minder tijd nodig had voor mijzelf om op te laden. Ik kon meer aan en langer doorwerken zonder pauzes.
  • Ik had minder creatieve ideeën in mijn hoofd. Het was veel stiller en dat nodigde uit tot genieten van de rust.
  • Ik deed veel meer beredenerend. Ik moest tot oplossingen komen door logisch na te denken (normaal kreeg ik creatieve ingevingen). Qua denken sloot ik hierdoor beter aan op wat er binnen de universiteit van mij verwacht werd.
  • Het lukte mij om me tot huishoudelijke klusjes te zetten terwijl ik betere/leukere dingen te doen had. Ik had geen ‘last’ meer van creatieve ingevingen die mij aan het schrijven zetten.
  • Ik vertrok beter voorbereid van huis (begon eerder met het inpakken van mijn tas en dacht beter na over wat ik precies allemaal nodig had).

Welke nadelen ondervond ik van ADD-medicijnen (Ritalin en Concerta)?

  • Normaal kon ik vlak voor de deadline onwijs goed focussen, knopen doorhakken en iets in elkaar flansen en daar een voldoende mee scoren. Dat ging nu niet meer. ‘De noodtoestand’ die mij normaal tot actie aanzette kwam simpelweg niet meer.
  • Het lukte überhaupt niet meer om snel te werken. Als ik normaal een tekst moest schrijven dan rijpten de ideeën in mijn hoofd en dan knalde ik het er uiteindelijk in een rap tempo uit.

    Nu ging dat proces anders. Ik begon als het ware met een leeg blad. Want zo voelde het in mijn hoofd. Dan maakte ik een schema met de onderdelen van de tekst. Dan bedacht ik hoe ik ze in moest vullen. Vervolgens moest ik nog zin voor zin nadenken over de formulering, waarbij ik dan oneindig veel formuleringen uitprobeerde.
    Ik miste plots een soort beoordelingsvermogen/feeling dat iets goed op papier stond.

    Normaal was het alsof ik rechtstreeks uit mijn hart kon typen, maar met Ritalin was het alsof ik ieder zinnetje afzonderlijk moest beoordelen aan logische criteria. Maar ik kon dus wel heel lang (gedisciplineerd) doorgaan met herschrijven. Alleen ging ik tergend langzaam vooruit. Alsof ik zandkastelen met een theelepeltje aan het creëren was in plaats van met een schep.

  • Mijn ‘gekke ik’ verdween. Ik was iemand met rare gedachtenkronkels, iemand die spontaan avonturen aanging en kinderlijk ontwapenend kon zijn in sociale contexten. Nu was ik veel meer een serieus persoon.
  • Medicijnen gaven echt een oppepper, zeker in de ochtend. Vooral met Concerta sprong ik op scherp. Vanaf de uitwerking ontstond er echter een hele vervelende ruis in mijn hoofd. Een onwenselijke geestelijke toestand die ik het liefst bestreed met andere middelen of sporten.
  • Echt puur ontspannen was er überhaupt niet meer bij. Ik bleef in een alerte toestand ook als ik mijzelf vrij gunde en tv keek. Die alerte toestand ging alleen weg door alcohol.

Dit waren mijn gedachten toen ik gestopt was met ADD-medicijnen:

  • Ik kan eindelijk weer logisch nadenken! Zo voelde het. Alsof ik weer veel makkelijker logische verbanden kon zien en oplossingen zag.
  • Ik kan eindelijk weer vloeiend schrijven! Ik kon weer werken vanuit flow en teksten schrijven die als vanzelf uit mij kwamen. Hierdoor kon ik vele malen sneller werken en leverde ik beter werk af.
  • Ik ben er weer! De ‘gekke ideeën-ik’ waar ik mij graag mee associeerde kwam terug en ik voelde me weer mijzelf worden. Daarnaast werd het ook weer gezellig in mijn hoofd: ik kreeg weer binnenpretjes door grappige associaties etc.
  • Het was eindelijk weer mogelijk om echt te ontspannen en te genieten van wat ik eerder getypeerd had als uitstelgedrag. Mijn vormen van uitstelgedrag bleken ook wel een vorm van mijzelf opladen te zijn en een tijd waarin ideeën konden rijpen die ik dan in een later stadium vloeiend op papier kon zetten.

Kortom ik dacht dat ik ‘iets’ nodig had omdat ik de kenmerken had van iets dat een STOORNIS wordt genoemd. Je kunt je hersenen beïnvloeden met medicijnen woordoor je beter kan wat je eerst minder goed kon, maar je wordt ook slechter in dingen die je eerst wel goed kon. In dat opzicht los je met medicijnen niks op.

Door toenemende zelfkennis heb ik nu gewoon manieren gevonden (of zelf bedacht) om prima te functioneren precies zoals ik ben, zonder ADD-medicijnen:

  • Ik hou rekening met mijn behoefte om mijzelf op te laden en stem daar mijn sociale keuzes ook op af.
  • Ik ben bewust mijn energie gaan managen en geef mijzelf relatief veel pauzes maar als ik werk dan werk ik met focus (en een timer).
  • Sinds ik weet dat ik niet dom ben, durf ik mensen te onderbreken en zorg ik dat ik bij hen eerst het grotere plaatje ontfutsel zodat ik de rest van de informatie die ze vertellen daaraan op kan hangen.
  • Ik ben gaan uitzoeken hoe ik werk kan maken van mijn natuurlijke talenten en hoe ik de omstandigheden voor mijzelf kan creëren waarin ik wel goed functioneer. Waardoor ik nu zelfstandig ondernemer ben, schrijf over persoonlijke groei en spiritualiteit en INFP’s coach.
  • Ik heb mijn ‘eeuwige zwakkere kanten’ aanvaard. Ik doe heel veel op het laatste moment, maar dan functioneer ik gewoon heel scherp. Ik kom regelmatig een paar minuten te laat, maar als ik er ben, heb je mij met al mijn creativiteit tot je beschikking. Ik laat het soms een rommeltje worden en ruim het soms pas op als er iemand langs komt.

Ik functioneer zo goed dat ik tot de conclusie gekomen ben dat ik geen ADD heb. Want er is eigenlijk helemaal geen sprake van een DISORDER of stoornis. Als ik nu een ADD-test maakt, komt er ook geen ADD meer uit. Er komt alleen ADD uit als er problemen ontstaan omdat je nooit geleerd hebt om jezelf af te stemmen op je INFP-persoonlijkheidskenmerken. Ben je daartoe wel in staat dan valt de diagnose weg!

Ik ben altijd dezelfde persoon geweest. Ik heb altijd die persoonskenmerken gehad. Het enige wat er over de loop van de tijd veranderd is, is hoe ik mijn zelfkennis heb gebruikt om mijn leven beter vorm te geven naar wie ik ben. Ik help andere INFP’s hetzelfde te doen. Ben je (ex-)ADD’er of INFP dan kun je terecht in mijn besloten Facebookgroep: De gelukkige INFP. Hier helpen we elkaar bij onze persoonlijke groei. Kom gerust even ervaren of je het fijn vindt om op deze manier te connecten.

INFPStrengths

Geen ADD maar een INFP

Heb je het je het stempeltje ADD te pakken? Dan zou je bijna gaan geloven dat er iets mis met je is. Het is tenslotte een attention deficit DISORDER. Een aandachtstekortSTOORNIS. Een aandoening. 

De oorzaak van ADD zijn persoonlijkheidskenmerken. Dit zijn kenmerken waarmee je geboren wordt. Er zijn vier onderdelen waarmee je de persoonlijkheidskenmerken van ALLE mensen kunt duiden.

1. De oriëntatie op de omgeving

Hierin komen er twee typen voor. Mensen die meer extravert zijn en mensen die meer introvert zijn.

Extravert
Meer extraverte mensen krijgen energie in de interactie met andere mensen.

Introvert
Meer introverte mensen laden hun energie op door naar binnen te keren, door zelf te reflecteren, te overdenken. Dus gewoon even alleen zijn in je bed, wat te mijmeren, te schrijven, lijstjes te maken etc.

Mensen met ADD zijn meer introvert.
Kan het een stoornis zijn dat je je energie terug krijgt door tijd voor jezelf te nemen en te reflecteren? Nee toch?

2. Informatievergaring

Je persoonlijkheid komt ook tot uiting in de manier waarop je informatie vergaart. Er zijn mensen die zich meer richten op wat er in het hier en nu aan de hand is en er zijn mensen die zich als vanzelf meer richten op wat er zou kunnen zijn.

Sensing
Bij de eerste groep mensen hoort de term ‘sensing’. Zij halen informatie door wat binnenkomt via hun vijf zintuigen. Ze nemen waar wat er is op basis van wat zij kunnen zien met hun ogen, wat ze horen, ruiken, voelen met hun handen en proeven met hun tong.

iNtuition
Bij de tweede groep mensen hoort de term ‘iNtuition’. Deze groep mensen neemt waar met hun vijf zintuigen maar zien tevens vanuit hun verbeeldingskracht, inlevingsvermogen en oog voor het grotere plaatje wat er nog meer mogelijk is.

Zij nemen bijvoorbeeld patronen waar of relateren kennis die ze al hebben aan wat ze waarnemen. Ze nemen dus niet alleen waar in het nu, maar verbinden wat ze waarnemen met allerlei gedachten en associaties. Hierdoor komen ze tot creatieve ingevingen, kennis, inzicht, originele invalshoeken.

Mensen met ADD vallen onder de mensen die het kenmerk iNtuition hebben.

Is het een stoornis als je verbeeldingskracht hebt? Nee, absoluut niet! Vanuit verbeeldingskracht worden uitvindingen gedaan en problemen opgelost. Maar overwegend sterk in verbeeldingskracht betekent minder sterk in de praktische uitvoering, waar de mensen met het kenmerk ‘sensing’ weer heel sterk in zijn.

3.Beslissen

Er zijn mensen die tot een oordeel te komen door uit een situatie te stappen en tot een logisch beredeneerd oordeel komen. Er zijn mensen die ervaringen aangaan en al doende beoordelen of iets het voor hun is of niet.

Thinking
Bij de eerste groep hoort de term ‘Thinking’. Deze mensen hebben een voorkeur voor logische oordeelsvorming. Ze beoordelen achteraf kritisch en met een zekere objectiviteit wat ze ergens van vinden.

Daarbij kijken ze bijvoorbeeld of alles volgens plan verliep. Als dat zo is dan hebben ze de neiging positief te oordelen. Als iets afweek van wat zij dachten dat de oorspronkelijke bedoeling was, dan zullen ze eerder negatief oordelen. ‘Logisch’, zullen mensen met dit kenmerk nu denken.

Feeling
Feeling hoort bij de mensen die ergens in kunnen stappen zonder dat er vooraf al een heel duidelijk plan hoeft te zijn. Ze zijn bereid om eens wat uit te proberen. Al doende te ontdekken ze of iets goed voelt, of iets werkt, of het aangenaam is om ermee bezig te zijn.

Als iets volgens plan verloopt dan vinden ze dat positief. Als iets niet volgens plan verloopt maar het was wel leuk met elkaar, dan kunnen ze het geheel nog steeds positief beoordelen.

Ze zetten door als iets goed voelt en kunnen afhaken als het niet goed voelt, zelfs als verstandelijk gezien alles lijkt te kloppen.

Bij mensen met ADD is er van nature het meeste sprake van ‘Feeling’. Al kunnen ze op het ‘Thinking-vlak’ zeer sterk ontwikkeld zijn, zeker als ze een wetenschappelijke opleiding hebben gevolgd.

Is de feeling-manier van leren, tot inzicht komen en beslissen een stoornis?
Sommige mensen met het kenmerk ‘Thinking’ zouden hier zo over kunnen oordelen als voor hun geldt dat logisch beredeneerd denken het juiste of de norm is.

Doe je dat niet dan is er sprake van een afwijking ten opzichte van hun norm (zo gaat dat tenslotte ook met het stellen van diagnoses). Andere mensen zullen weer beredeneren dat mensen van nature geen logisch denkende wezens zijn, dus dat het normaal is als je leert en beslist vanuit ervaring en gevoel.

4. Planmatigheid

Er zijn mensen die het fijn vinden om knopen door te hakken en zaken af te ronden. Daarnaast zijn er mensen die de neiging hebben de opties open te houden.

Judging
De eerste groep mensen hebben het kenmerk ‘Judging’. Ze worden onrustig als ze niet weten waar ze aan toe zijn. Ze willen graag een besluit, duidelijkheid en zaken afronden.

Perceiving
De tweede groep mensen stelt verstandelijke beslissingen liever nog even uit als nog (net) niet alle informatie bekend of verwerkt is. Het voelt voor hun prettiger om de knoop nog niet door te hoeven hakken als ze het idee hebben nog een aantal gegevens te missen.

Als ze er belang bij hebben, vinden ze het vaak ook helemaal niet erg om volledig in een onderwerp te duiken.

Mensen met ADD hebben als kenmerk Perceiving. Is dat een stoornis? Lijkt me niet.

Per categorie zijn er dus twee persoonskenmerken en bij ieder mens is een van de twee persoonskenmerken sterker aanwezig. Ieder mens kan een combinatie maken van vier letters. Je kiest steeds de letter van jouw dominante persoonskenmerk. Dat is:

Oriëntatie op de omgeving
Een E of een I (Extravert of Introvert)

Informatievergaring
Een S of een N (Sensing of iNtuition)

Beslissen
Een T of een F (Thinking of Feeling)

Planmatigheid
Een J of een P (Judging of Perceiving)

Totaal zijn er zestien verschillende mogelijkheden, zestien verschillende menstypen. Alle typen zijn evenveel mens. Aangeboren mensverschillen zit in de combinatie van persoonskenmerken.

Een van de combinaties van persoonskenmerken is ‘INFP’. Op deze mensen wordt vaak de stempel ADD geplakt. Alsof er van nature iets mis met ze is. Maar ze zijn gewoon van nature:

  • Mensen die zichzelf opladen door alleen te zijn
  • Mensen die verbeeldingskracht hebben
  • Mensen die leren door te ervaren en vervolgens oordelen door te voelen
  • Mensen die bij voor hen belangrijke verstandelijke beslissingen veel informatie zoeken en afwegen

Hier is NIKS mis mee. Sterker nog, van de zestien persoonstypen, wordt de INFP tot de intelligentste mensen gerekend. Niet tot de meest succesvolle overigens. Maar het zijn zeer creatieve probleemoplossers die op een hoog abstract niveau kunnen denken en werken.

INFP’s zijn uitzonderlijk goed in het onder woorden brengen van hun diepste gevoelens. Ze zijn bijvoorbeeld heel goed in het bedenken van metaforen om zeer abstracte dingen voor anderen begrijpelijk te maken. Veel INFP’s zijn schrijver of poëet.

INFP’s eerlijk en hebben ze extreme voelsprieten om te beoordelen of iets echt/oprecht is of geveinsd. Voor hen is het zo duidelijk wanneer iets nep is, dat ze zelf niet gauw nep zullen doen. Daarnaast prikken ze door nepheid heen en zien ze de persoon achter het masker en dat is de persoon waar zij zich in hun communicatie op richten.

Verder is de INFP een ware idealist. Het voelt simpelweg niet goed voor ze als ze niets bijdragen aan de wereld met wat ze doen. Ze willen graag mensen helpen of mensen raken. Het liefst ook nog met hun unieke talenten want dan hebben ze pas echt het gevoel zinnig bezig te zijn.

Veel INFP’s en ADD’ers krijgen van buiten niet de bevestiging hoe geweldig ze zijn. Dat is best zonde. Ze zijn extreem zelfbewust en neigen ernaar zich aan te passen aan de norm. Van buitenaf wordt dit nog eens extra gestimuleerd.

De hele basisschool- en middelbare schooltijd wordt namelijk geëist om op een bepaalde manier te functioneren:

In sociaal opzicht als een Extravert
Denk aan de drukke volle programma’s op schoolkamp en pauzes op school. Is er ergens een moment om even alleen te zijn om op te laden?

Bij het aanbieden van lesstof gaat men uit van een ‘Sensing-persoon’
Men begint vaak klein, met een detail en breidt dan uit met meer en meer informatie. Het is niet standaard dat er een verbinding gemaakt wordt met andere vakken. De N-persoon heeft eerst het grote plaatje nodig en wordt enthousiast als er een koppeling wordt gemaakt met iets wat al bekend is. Vakoverstijgend werken is eerder uitzondering dan regel.

Qua onderwijsvorm gaat men grotendeels uit van ‘Thinking-personen’
Een -F persoon leert het best door ervaringen op te doen in de praktijk. Dan kan hij ontdekken wat hij nodig heeft. Dan wil hij nieuwe kennis opdoen en dan wil hij terug de praktijk in om zichzelf te verbeteren. Het huidige onderwijs: leren in klaslokalen, vanuit boeken en door te luisteren en een lesaanbod op basis van examencriteria en niet op basis van persoonlijke leerbehoefte.

Men verwacht een snelheid van een ‘Judging-persoon’
Denk eens aan groepsopdrachten. In de eerste vijf minuten moet het onderwerp bepaald zijn, dan mag er iets gecreëerd worden en de laatste vijf minuten moet het gepresenteerd worden. Dat soort dingen, waarbij er gewoon geen mogelijkheid is om eerst eens even na te denken, zijn lastig voor P-mensen. Het concept van snel snel maar wat doen, ligt hen niet.

De INFP heeft het dus op alle fronten lastig op school. Vanuit hun F-kenmerken zal school ook niet goed voelen voor ze. Als ze volwassen waren geweest, dan zouden ze stoppen met de schoolervaring omdat deze manier van leren niet voor hen werkt. Ze zouden op zoek gaan naar een leeromgeving en manieren van leren die wel voor hen werken. Maar die vrijheid hebben ze dus niet als kind/puber.

Op welke manier kunnen ze dan wel ontsnappen? Dromen? Docenten uitdagen? Middelengebruik? Creativiteit? Ze moeten AANWEZIG zijn terwijl ze AFWEZIG willen zijn. Dus zijn ze fysiek aanwezig en mentaal vaak afwezig. Daar scoor je geen goede rapporten mee. DUS is er een probleem volgens ouders en leraren. DUS is er iets mis met het kind. Dus gaan we het kind onderzoeken. Uitkomst? ADD. AANDACHT TEKORT stoornis.

Is het niet lachwekkend als je er zo over nadenkt? We hebben het hier immers over de meest slimme en creatieve mensen uit de klas!

Het INFP-kind/ADD-kind groeit op met het idee dat er iets mis met hem of haar is. Dat hij er niet bijhoort en moeilijk mee kan komen met de rest. De meeste leerervaringen worden opgedaan buiten school, waar er wel kansen zijn om op basis van leerbehoefte en ervaring te leren.

Het is volkomen begrijpelijk dat de INFP/ADD’er volop gaat experimenteren zodra hij wel de kans krijgt. Net als bij iedereen is er een grote leerbehoefte aanwezig alleen dan op een andere manier.

Door middel van trial and error vinden INFP’s/ADD’ers uiteindelijk in hun twintiger-/dertigerjaren al doende stukje bij beetje hun eigen pad. Het zijn dus typische laatbloeiers.

Het vervelende is dat de INFP/ADD’er zelf geen flauw idee heeft waarom het bij hem of haar zoveel moeizamer gaat vergeleken met anderen. Want ze merken wel aan alles dat ze over bijzondere capaciteiten beschikken.

Een verklaring komt dan vaak in de vorm van de diagnose ADD. Helaas wekt dit de indruk dat er dus iets mis is en is de behandeling gericht op het afzwakken van ADD-kenmerken. Wat neerkomt op het afzwakken van INFP-kenmerken en het versterken van ESTJ-kenmerken! Maar je kunt natuurlijk nooit iemand worden die je niet bent!

Toen ik 28 was, ontdekte ik eindelijk pas hoe de vork in de steel zat. Ik had jaren medicijnen geslikt en dacht dus dat er iets niet goed was met mijn brein. Toen ik het vanuit INFP-perspectief bekijk, snapte ik wat er WERKELIJK aan de hand is!

Mijn hemel, had niemand mij dit eerder kunnen vertellen??? Als je snapt WAAROM iets is zoals het is dan vallen al zoveel kopzorgen weg. Weten dat het niet aan jou ligt, is enorm helpend!

Daarnaast, als je als INFP snapt WAAROM iets niet optimaal voor jou werkt, dan ben JIJ als INFP-zijnde als geen ander in staat om ZELF creatieve oplossingen te bedenken om de dingen beter voor je te laten werken!

Want:

  • Als je WEET dat je alleentijd NODIG hebt, dan kun je alleentijd claimen.
  • Als je WEET dat jij eerst het grotere plaatje nodig hebt, dan kun je erom vragen of meer achterin het boek beginnen met lezen.
  • Als je WEET dat jij ervaringen nodig hebt om te leren, dan kan je (met met behulp van ouders) gerichter buiten school naar ervaringen zoeken die aansluiten bij de lesstof of op zoek gaan naar een school met een ander onderwijssysteem.
  • Als je WEET dat jij niet snel kan beslissen dan ben je tenminste voorbereid op het ongemakkelijke gevoel als dit wel van je verwacht wordt en is de drempel lager om om hulp te vragen of jezelf toe te staan om even te steunen op de mensen met een J-kenmerk, die dus wel makkelijk beslissen.

Als je daarnaast van buitenaf de bevestiging krijgt dat er niets mis met jou is maar dat de omstandigheden niet optimaal voor je zijn OMDAT je bovengemiddeld intelligent en creatief bent…  Het zou zoooo helpend zijn bij het overleven van school, zelfvertrouwen en zelfontplooiing!

Ben je (ex-)ADD’er of INFP? Dan kun je terecht in mijn besloten Facebookgroep: De gelukkige INFP. Hier supporten we elkaar in onze reis naar waar geluk. De groep is net begonnen dus kom er snel bij!

De gelukkige INFP Facebook